Co-creatie van lessen, activiteiten en klasomgeving

Samen leren, ontwerpen en beslissen

Wat is co-creatie? 

Co-creatie is een participatievorm waarbij leerlingen actief betrokken worden bij het ontwerpen, vormgeven en organiseren van aspecten van hun leeromgeving. In plaats van enkel deel te nemen aan lessen en activiteiten, krijgen leerlingen de kans om ideeën aan te brengen, keuzes te maken en mee te bouwen aan wat er in de klas gebeurt.

Co-creatie gaat verder dan inspraak geven. Leerlingen denken niet alleen mee, maar leveren ook een actieve bijdrage aan het uiteindelijke resultaat.

De leerkracht blijft verantwoordelijk voor de leerdoelen, veiligheid en kwaliteit van het onderwijs. Binnen deze grenzen krijgen leerlingen ruimte om invloed uit te oefenen op de manier waarop lessen, projecten, activiteiten of de klasomgeving vorm krijgen.

Waarom werkt deze participatievorm?

Co-creatie gaat verder dan inspraak geven. Wanneer leerlingen ervaren dat hun ideeën zichtbaar worden in de klas, groeit hun gevoel van eigenaarschap. Ze voelen zich niet langer enkel deelnemer, maar mede-eigenaar van het leerproces.

Deze participatievorm kan bijdragen aan:

  • meer betrokkenheid bij het leren
  • meer motivatie
  • een groter gevoel van eigenaarschap
  • sterkere samenwerking
  • meer verantwoordelijkheid
  • creatief en kritisch denken
  • een positievere klascultuur

Daarnaast leren leerlingen belangrijke vaardigheden die ook buiten de schoolcontext belangrijk zijn, zoals overleggen, keuzes maken, plannen, argumenteren en rekening houden met anderen.

Wat maakt co-creatie anders? 

Bij veel participatievormen geven leerlingen hun mening over bestaande ideeën of voorstellen. Waar klassenvergaderingen focussen op samen bespreken, en klasafspraken samen maken focust op samen denken, vertrekt co-creatie vanuit samen ontwerpen en creëren.

Bij co-creatie vertrekken ideeën vaak vanuit de leerlingen zelf. Het doel is niet enkel om gehoord te worden, maar ook om samen iets te creëren. Hierdoor vormt co-creatie één van de meest vergaande vormen van leerlingenparticipatie binnen de klaspraktijk.

De rol van de leerkracht

Bij co-creatie verschuift de rol van de leerkracht gedeeltelijk van aanbieder naar begeleider.

De leerkracht:

  • bepaalt de leerdoelen
  • bewaakt de kwaliteit
  • zorgt voor structuur
  • creëert keuzeruimte
  • ondersteunt het proces
  • bewaakt de haalbaarheid van voorstellen

De leerkracht blijft verantwoordelijk voor het leerproces, maar geeft leerlingen ruimte om actief mee te denken. Niet alles kan of hoeft samen beslist te worden.

De rol van de leerling

De leerlingen zijn actieve partners binnen het proces. Leerlingen kunnen bijvoorbeeld meedenken over:

  • de vorm van een opdracht
  • onderzoeksvragen binnen een project
  • de organisatie van een activiteit
  • de inrichting van een klasruimte
  • presentatievormen
  • materialen
  • ideeën voor nieuwe initiatieven

Toepassingsmogelijkheden van co-creatie

Co-creatie kan op verschillende manieren een plaats krijgen binnen de klaspraktijk. Het gaat telkens om situaties waarin leerlingen niet enkel deelnemen aan een activiteit, maar ook actief betrokken worden bij het ontwerpen, organiseren of vormgeven ervan.

Co-creatie binnen projecten

Projecten lenen zich bijzonder goed voor co-creatie omdat leerlingen gedurende langere tijd aan eenzelfde onderwerp werken.

Co-creatie binnen activiteiten

Ook activiteiten kunnen samen met leerlingen vormgegeven worden.

Co-creatie binnen de klasomgeving

Leerlingen brengen dagelijks veel tijd door in de klas. Daarom kan ook de inrichting van de leeromgeving een vorm van participatie zijn.

Stappenplan voor co-creatie in de klaspraktijk

Stap 1: Bepaal het speelveld

Co-creatie start met duidelijke kaders. Leerlingen kunnen pas betekenisvol meedenken wanneer ze weten waarover zij inspraak krijgen en welke elementen vastliggen.

Vertrek daarom vanuit een duidelijke opdracht of uitdaging.

Voorbeelden

  • Hoe kunnen we onze leeshoek aantrekkelijker maken?
  • Hoe kunnen we een leuke leesweek organiseren?
  • Hoe kunnen we ons project rond duurzaamheid voorstellen aan andere klassen?
  • Hoe kunnen we onze klas gezelliger maken?
  • Hoe kunnen we geld inzamelen voor een goed doel?

Formuleer hierbij duidelijk wat vastligt en waar ruimte is voor eigen ideeën.

Tip: Hoe duidelijker de uitdaging, hoe creatiever leerlingen meestal kunnen meedenken.

Stap 2: Laat leerlingen ontwerpen en verzamelen

In deze fase worden ideeën verzameld zonder onmiddellijk te oordelen. Moedig leerlingen aan om creatief na te denken en verschillende mogelijkheden te verkennen.

Mogelijke werkvormen:

  • placemat
  • moodboard
  • schetsen maken
  • LEGO-ontwerpen
  • brainstorm op post-its
  • ideeënmuur

Voorbeeld: Bij het ontwerpen van een nieuwe leeshoek maken groepjes eerst een schets van hun ideale leeshoek. Ze denken na over kleuren, meubels, boeken, decoratie en gebruiksafspraken.

Tip: Leg de nadruk op mogelijkheden in plaats van beperkingen. Het beoordelen van ideeën komt later.

Stap 3: Van idee naar voorstel

Niet elk idee kan onmiddellijk uitgevoerd worden. Daarom werken leerlingen hun ideeën verder uit tot een concreet voorstel.

Laat hen nadenken over:

  • wat precies gerealiseerd zal worden
  • welke materialen nodig zijn
  • wie welke taak opneemt
  • hoeveel tijd nodig is
  • welke voor- en nadelen het voorstel heeft

Voorbeeld: Een groepje dat een leeshoek wil herinrichten maakt een eenvoudige ontwerpfiche waarop hun plan visueel wordt voorgesteld. Hier ontstaat het verschil tussen een idee en een uitvoerbaar plan.

Tip: Voorzie een eenvoudig sjabloon zodat alle groepjes hun voorstel op dezelfde manier presenteren.

Stap 4: Presenteer, bespreek en verbeter

Geef leerlingen de kans om hun voorstellen voor te stellen aan klasgenoten. Zo leren leerlingen dat ontwerpen een proces is waarbij ideeën kunnen groeien door feedback van anderen. 

Andere leerlingen kunnen:

  • vragen stellen
  • complimenten geven
  • suggesties doen
  • verbeteringen voorstellen

Voorbeeld: Elk groepje presenteert zijn ontwerp voor de leeshoek. Daarna krijgt de klas de kans om tips en aanvullingen te geven.

Tip: Werk met vragen als 'Wat vind je sterk aan dit idee?' of 'Wat zou het nog beter maken?', in plaats van onmiddellijk te zeggen wat niet goed is. 

Stap 5: Maak samen een keuze

Wanneer verschillende voorstellen besproken zijn, wordt beslist welke ideeën uitgevoerd worden.

Dit kan op verschillende manieren:

  • stemmen
  • combineren van verschillende voorstellen
  • consensus zoeken
  • gezamenlijk een definitief ontwerp maken

Voorbeeld: De klas kiest niet één ontwerp voor de leeshoek, maar combineert de beste elementen uit verschillende voorstellen tot één gezamenlijk plan.

Tip: Co-creatie draait niet altijd om winnen of verliezen. Vaak ontstaan de sterkste resultaten door ideeën te combineren.

Stap 6: Realiseer het ontwerp

Nu gaan leerlingen effectief aan de slag. Hier wordt zichtbaar dat hun ideeën daadwerkelijk invloed hebben gehad.

Mogelijke rollen:

  • materiaalverantwoordelijke
  • ontwerpers
  • organisator
  • verslaggever
  • fotograaf

Voorbeeld: Leerlingen helpen mee om de leeshoek in te richten, affiches te maken en boeken te sorteren.

Tip: Geef leerlingen een echte verantwoordelijkheid. Co-creatie verliest kracht wanneer de leerkracht uiteindelijk alles zelf uitvoert.

Stap 7: Vier en evalueer het resultaat

Co-creatie eindigt niet wanneer het product klaar is.

Sta samen stil bij:

  • het eindresultaat
  • de samenwerking
  • de genomen beslissingen
  • wat leerlingen geleerd hebben

Mogelijke reflectievragen:

  • Waar ben je trots op?
  • Welke ideeën hebben we uiteindelijk gebruikt?
  • Wat hebben we geleerd over samenwerken?
  • Wat zouden we volgende keer anders aanpakken?

Voorbeeld: Na het herinrichten van de leeshoek organiseren leerlingen een officiële opening voor de klas.

Tip: Vier het resultaat zichtbaar. Zo ervaren leerlingen dat hun bijdrage waardevol was.

Praktijkvoorbeelden

Een nieuwe leeshoek ontwerpen

De leerkracht merkt dat de leeshoek weinig gebruikt wordt. Tijdens stille leesmomenten kiezen leerlingen liever voor andere activiteiten en de hoek sluit niet meer aan bij hun interesses. In plaats van zelf een nieuwe leeshoek te ontwerpen, besluit de leerkracht de leerlingen actief te betrekken bij het herontwerp van deze ruimte, zodat de leerlingen opnieuw gemotiveerd raken om naar de leeshoek te gaan.

 

Aanpak

De leerlingen krijgen de volgende uitdaging: "Hoe kunnen we van onze leeshoek een plek maken waar leerlingen graag tijd doorbrengen?"

In kleine groepjes denken de leerlingen na over wat volgens hen belangrijk is voor een aantrekkelijke leeshoek.

Mogelijke vragen zijn:

  • Welke boeken mogen niet ontbreken?
  • Hoe moet een gezellige leeshoek eruitzien?
  • Welke materialen kunnen we toevoegen?
  • Welke afspraken hebben we nodig?

De groepjes maken een schets of moodboard van hun ideale leeshoek en presenteren hun voorstel aan de klas. Vervolgens worden de sterkste ideeën samengebracht in één gezamenlijk ontwerp.

Resultaat

De leerlingen helpen mee bij de inrichting van de leeshoek. Ze kiezen boeken, maken decoratie of ontwerpen afsprakenkaarten. Doordat de leeshoek deels door de leerlingen zelf ontworpen werd, groeit vaak de betrokkenheid en wordt de ruimte intensiever gebruikt.

Een keuzeuur mee vormgeven

De leerkracht wil een wekelijks keuzeuur organiseren waarin leerlingen zelfstandig aan activiteiten werken. In plaats van het aanbod volledig zelf samen te stellen, krijgen leerlingen de kans om mee na te denken over de inhoud ervan.

Aanpak

Tijdens een brainstormmoment verzamelen leerlingen ideeën voor activiteiten die zij graag zouden uitvoeren.

Voorbeelden zijn:

  • gezelschapsspellen
  • STEM-opdrachten
  • creatieve activiteiten
  • leesopdrachten
  • programmeeractiviteiten
  • onderzoeksopdrachten

De klas bespreekt samen welke activiteiten haalbaar zijn en welke materialen nodig zijn. Vervolgens wordt een eerste aanbod samengesteld. Na enkele weken wordt geëvalueerd welke activiteiten populair zijn en welke nieuwe ideeën toegevoegd kunnen worden.

Een sponsoractie mee ontwerpen

Het zesde leerjaar organiseert jaarlijks een sponsoractie voor een goed doel. Vaak worden dergelijke acties volledig uitgewerkt door leerkrachten, terwijl leerlingen voornamelijk deelnemen aan de uitvoering. Bij co-creatie krijgen leerlingen ook inspraak in de voorbereiding en organisatie van de actie.

Aanpak

De leerlingen krijgen de uitdaging: "Hoe kunnen we zoveel mogelijk mensen enthousiast maken om deel te nemen aan onze sponsoractie?"

In kleine groepjes denken zij na over:

  • mogelijke activiteiten
  • promotiemateriaal
  • affiches
  • slogans
  • communicatie
  • extra acties om geld in te zamelen

De groepjes presenteren hun voorstellen aan elkaar. Vervolgens worden verschillende ideeën gecombineerd tot één gezamenlijk actieplan.

Leerlingen kunnen daarna verantwoordelijkheden opnemen binnen verschillende werkgroepen.

Bijvoorbeeld:

  • promotieteam
  • ontwerpteam
  • organisatieteam
  • verslaggevingsteam

Resultaat

De sponsoractie wordt niet enkel uitgevoerd door leerlingen, maar ook mee vormgegeven door hen. Leerlingen ervaren dat hun ideeën daadwerkelijk invloed hebben op het verloop van de actie en voelen zich sterker verbonden met het gekozen goede doel. Daarnaast ontwikkelen zij vaardigheden zoals samenwerken, plannen, communiceren en organiseren.

Een projectweek mee vormgeven

De klas organiseert een projectweek rond een bepaald thema, bijvoorbeeld duurzaamheid, gezondheid, wetenschap of cultuur. In veel scholen wordt het volledige programma vooraf uitgewerkt door leerkrachten. Binnen een co-creatieve aanpak krijgen leerlingen inspraak in de inhoud en organisatie van de projectweek.

Aanpak

De leerkracht of werkgroep stelt het centrale thema voor. Vervolgens denken leerlingen mee na over vragen zoals:

  • Welke onderwerpen vinden wij interessant?
  • Welke workshops zouden we graag volgen?
  • Welke activiteiten mogen niet ontbreken?
  • Welke gasten zouden we kunnen uitnodigen?
  • Hoe kunnen we de projectweek afsluiten?

De ideeën worden verzameld via een brainstorm, ideeënmuur of placemat. Daarna werken groepjes bepaalde voorstellen verder uit. Sommige leerlingen ontwerpen een workshop, anderen bedenken een spel, een tentoonstelling of een slotmoment. De voorstellen worden besproken en waar mogelijk geïntegreerd in het uiteindelijke programma.

Resultaat

De projectweek sluit beter aan bij de interesses en leefwereld van de leerlingen. Doordat leerlingen niet enkel deelnemen maar ook meedenken en mee organiseren, ontstaat vaak een grotere betrokkenheid gedurende het volledige project. Leerlingen ervaren bovendien dat hun stem ook buiten de gewone lessen invloed kan hebben op wat er binnen de school gebeurt.

Mogelijke valkuilen

Valkuil 1: Schijnparticipatie

Leerlingen mogen ideeën geven, maar de keuzes liggen vooraf vast.

Tip: geef enkel inspraak wanneer er daadwerkelijk keuze mogelijk is.

Valkuil 2: Te veel vrijheid

Volledige vrijheid kan leiden tot verwarring en chaos.

Tip: werk steeds binnen duidelijke grenzen.

Valkuil 3: Enkel enkele leerlingen nemen initiatief

Tip: gebruik werkvormen waarbij iedereen eerst individueel nadenkt. Zo krijgen ook stillere leerlingen de kans om te participeren.

Valkuil 4: Ideeën verdwijnen zonder terugkoppeling

Tip: communiceer steeds wat met de voorstellen gebeurd is.

Co-creatie betekent niet dat leerlingen alle beslissingen nemen. Het betekent wel dat leerlingen actief betrokken worden bij het ontwerpen, vormgeven en realiseren van aspecten van hun leeromgeving. Wanneer leerlingen ervaren dat hun ideeën zichtbaar worden in de praktijk, groeit hun gevoel van eigenaarschap, verantwoordelijkheid en betrokkenheid.

Bronnen en referenties