Schoolactiviteiten samen vormgeven
Wat wordt verstaan onder 'schoolactiviteiten samen vormgeven'?
Schoolactiviteiten zoals een schoolfeest, sportdag, cultuurdag of opendeurdag worden vaak volledig uitgewerkt door leerkrachten. Leerlingen nemen vervolgens deel aan een activiteit die voor hen georganiseerd werd.
Binnen een participatieve aanpak worden leerlingen niet enkel deelnemer, maar ook medeorganisator. Ze krijgen de kans om mee na te denken over de voorbereiding, inhoud, organisatie en evaluatie van activiteiten die op school plaatsvinden. Dit betekent niet dat leerlingen alles zelf beslissen. De school blijft verantwoordelijk voor veiligheid en haalbaarheid. Binnen die grenzen krijgen leerlingen echter ruimte om voorstellen te doen, keuzes te maken en actief mee te bouwen aan activiteiten die voor de hele school bedoeld zijn.
In tegenstelling tot een leerlingenraad of werkgroep, waar een beperkte groep leerlingen participeert, streeft deze participatievorm ernaar om zoveel mogelijk leerlingen een stem te geven binnen het proces.
Waarom werkt deze participatievorm?
Wanneer leerlingen mee vorm geven aan activiteiten die ze later zelf beleven, groeit hun betrokkenheid aanzienlijk. Ze ervaren niet enkel het resultaat, maar voelen zich ook verbonden met het proces dat eraan voorafging.
Deze participatievorm kan bijdragen aan:
- meer betrokkenheid bij schoolactiviteiten
- een groter verantwoordelijkheidsgevoel
- meer motivatie om actief deel te nemen
- sterkere samenwerking tussen leerlingen
- meer eigenaarschap over schoolprojecten
- een grotere verbondenheid met de school
Daarnaast leren leerlingen belangrijke vaardigheden zoals plannen, organiseren, communiceren, samenwerken en problemen oplossen.
Wat is het verschil met co-creatie op klasniveau?
Hoewel deze participatievorm veel gelijkenissen vertoont met co-creatie op klasniveau, ligt de focus op een ander niveau van betrokkenheid. Bij co-creatie op klasniveau denken leerlingen mee over hun eigen klaspraktijk. Ze werken bijvoorbeeld samen aan een project, ontwerpen een leeshoek of geven mee vorm aan activiteiten binnen hun klas. Bij schoolactiviteiten samen vormgeven kijken leerlingen verder dan hun eigen klasgroep. Zij denken mee over activiteiten die bedoeld zijn voor meerdere klassen of zelfs voor de volledige schoolgemeenschap. De impact van hun beslissingen reikt daardoor verder dan hun directe leeromgeving.
Co-creatie op klasniveau
- Gericht op de eigen klas
- Invloed op lessen, projecten of klasomgeving
- Vaak binnen één klasgroep
- Resultaat zichtbaar binnen de klas
Schoolactiviteiten samen vormgeven
- Gericht op meerdere klassen of de volledige school
- Invloed op schoolbrede activiteiten
- Samenwerking tussen verschillende groepen leerlingen
- Resultaat zichtbaar binnen de school
Hoewel beide participatievormen vertrekken vanuit samenwerking en eigenaarschap, leren leerlingen op schoolniveau rekening houden met een grotere groep belanghebbenden en met organisatorische uitdagingen die verder gaan dan de eigen klas.
Stappenplan voor het samen vormgeven van schoolactiviteiten
Praktisch
Een veelvoorkomende uitdaging bij participatie op schoolniveau is het betrekken van een brede groep leerlingen. Wanneer enkel een leerlingenraad of een kleine werkgroep inspraak krijgt, bestaat het risico dat slechts een beperkt aantal stemmen gehoord wordt. Bij het samen vormgeven van schoolactiviteiten staat net het tegenovergestelde centraal. Het doel is om zoveel mogelijk leerlingen een stem te geven binnen de voorbereiding van een activiteit die de volledige schoolgemeenschap aanbelangt. Dit betekent niet dat iedere leerling over elk detail moet meebeslissen. Wel wordt bewust gezocht naar manieren om ideeën, voorkeuren en suggesties van verschillende klassen en leeftijdsgroepen te verzamelen en mee te nemen in het uiteindelijke proces. Op die manier ontstaat een activiteit die niet alleen voor leerlingen georganiseerd wordt, maar ook gedeeltelijk door leerlingen vorm krijgt.
Stap 1: Bepaal de activiteit en de uitdaging
Voor leerlingen kunnen meedenken, moet duidelijk zijn over welke schoolactiviteit het gaat en waarover zij inspraak krijgen. De school bepaalt eerst het algemene kader: om welke activiteit gaat het, wat ligt al vast en welke onderdelen staan nog open voor ideeën van leerlingen?
Bijvoorbeeld:
- Gaat het over een schoolfeest, sportdag, projectweek, sponsoractie of opendeurdag?
- Wat is het doel van de activiteit?
- Welke keuzes liggen al vast?
- Waarover mogen leerlingen meedenken?
Formuleer daarna een duidelijke uitdaging.
Voorbeelden
Schoolfeest:Hoe kunnen we van het schoolfeest een activiteit maken waar alle leerlingen zich bij betrokken voelen?
Projectweek: Welke workshops, thema’s of activiteiten zouden onze projectweek sterker maken?
Sportdag:Hoe kunnen we ervoor zorgen dat onze sportdag leuk, actief en haalbaar is voor alle leerlingen?
Tip: Geef leerlingen geen schijnkeuze. Vraag dus niet naar ideeën over onderdelen die eigenlijk al volledig vastliggen. Echte participatie ontstaat wanneer leerlingen invloed krijgen op keuzes die nog openstaan.
Stap 2: Verzamel ideeën in alle klassen
De voorbereiding start in de klas. Elke klas krijgt de kans om mee na te denken over een deel van de activiteit. Hierdoor worden niet enkel de meest mondige of geëngageerde leerlingen gehoord, maar krijgt iedere leerling de kans om zijn of haar mening te delen.
Afhankelijk van de leeftijd van de leerlingen kan dit gebeuren via:
- een klasgesprek
- een brainstorm
- een placemat
- een ideeënmuur
- een stemronde
- een digitale bevraging
Vertrek hierbij vanuit een duidelijke en concrete vraag.
Schoolfeest
- Welk thema spreekt jullie aan?
- Welke activiteiten mogen niet ontbreken?
- Wat maakt een schoolfeest leuk?
- Hoe zien jullie een schoolfeest?
Projectweek
- Welke workshops zouden jullie graag volgen?
- Welke onderwerpen vinden jullie interessant?
- Welke gastsprekers zouden jullie graag ontmoeten?
Sportdag
- Welke sporten of uitdagingen zouden jullie graag uitproberen?
- Wat maakt een sportdag geslaagd?
Tip: Beperk je niet tot één klasgesprek. Door ideeën eerst individueel te verzamelen en daarna te bespreken, krijgen ook stillere leerlingen meer kansen om hun stem te laten horen.
Stap 3: Bundel alle voorstellen
Wanneer de ideeën verzameld zijn, worden deze samengebracht in één overzicht. Tijdens deze fase worden gelijkaardige voorstellen gegroepeerd en geordend.
Dit kan gebeuren door:
- een werkgroep
- een coördinator
- de leerlingenraad
- een groep leerlingvertegenwoordigers
- het schoolteam
Bij de voorbereiding van een schoolfeest kunnen ideeën gegroepeerd worden onder verschillende categorieën. Zo ontstaat een duidelijk beeld van wat leeft binnen de verschillende klassen.
- thema
- spelactiviteiten
- decoratie
- muziek
- eten en drinken
- randanimatie
Tip: Probeer ideeën niet onmiddellijk te beoordelen. Verzamel eerst zoveel mogelijk input voordat er keuzes gemaakt worden.
Stap 4: Laat leerlingen mee keuzes maken
Niet elk voorstel kan uitgevoerd worden. Daarom is het belangrijk om leerlingen ook te betrekken bij het maken van keuzes.
Mogelijke werkvormen zijn:
- stemmen op favoriete ideeën
- voorstellen rangschikken
- argumenteren waarom een voorstel belangrijk is
- samen prioriteiten bepalen
Voorbeeld:
Na een brainstorm rond een projectweek mogen alle leerlingen stemmen op hun favoriete workshops. De workshops met de meeste stemmen krijgen een plaats in het programma.
Tip: Maak vooraf duidelijk welke criteria belangrijk zijn, zoals veiligheid, budget, beschikbare tijd en praktische haalbaarheid.
Stap 5: Werk ideeën verder uit
Wanneer de grote keuzes gemaakt zijn, kunnen de geselecteerde ideeën verder uitgewerkt worden.
Tijdens de voorbereiding van een schoolfeest kan:
- de eerste graad decoratie ontwerpen
- de tweede graad spelactiviteiten bedenken
- de derde graad helpen bij promotie of organisatie
Zo krijgt iedere leeftijdsgroep een betekenisvolle rol binnen het proces.
Tip: Laat leerlingen zoveel mogelijk vertrekken vanuit hun talenten en interesses. Niet iedere leerling hoeft dezelfde verantwoordelijkheid op te nemen.
Stap 6: Maak zichtbaar wat er met de ideeën gebeurt
Participatie heeft pas betekenis wanneer leerlingen merken dat hun inbreng serieus genomen wordt. Communiceer daarom duidelijk welke voorstellen wel/niet uitgevoerd worden en waarom bepaalde keuze gemaakt werden.
Dit kan bijvoorbeeld via:
- een infobord
- een nieuwsbrief
- een presentatie
- een klasbezoek
- een digitale update
Voorbeeld: Tijdens de voorbereiding van een sportdag hangt in de gang een overzicht waarop leerlingen kunnen zien welke ideeën gekozen werden en welke nog verder uitgewerkt worden.
Tip: Wanneer een voorstel niet haalbaar blijkt, leg dan steeds uit waarom. Zo ervaren leerlingen dat hun idee serieus genomen werd, ook wanneer het uiteindelijk niet uitgevoerd wordt.
Stap 7: Evalueer samen
Participatie stopt niet wanneer de activiteit voorbij is. Door samen terug te blikken op het proces en het resultaat leren leerlingen reflecteren op hun bijdrage en ontdekken scholen welke aanpakken succesvol waren.
Mogelijke reflectievragen zijn:
- Welke ideeën hebben het verschil gemaakt?
- Waar zijn we trots op?
- Wat zouden we een volgende keer anders aanpakken?
- Welke verantwoordelijkheid vonden we leuk of uitdagend?
- Voelden we ons gehoord tijdens het proces?
Toepassingsmogelijkheden
Schoolfeest
Leerlingen kunnen meedenken over de invulling van het schoolfeest en voorstellen doen voor activiteiten, decoratie, muziek en promotie.
Mogelijke onderwerpen:
- thema van het schoolfeest
- vormgeving van het schoolfeest
- spelstanden en activiteiten
- decoratie
- muziek en sfeer
- promotiecampagnes
Sportdag
Door leerlingen te betrekken bij de voorbereiding van de sportdag sluit het aanbod vaak beter aan bij hun interesses.
Mogelijke onderwerpen:
- sport- en spelactiviteiten
- groepsuitdagingen
- rustmomenten
- afsluitactiviteiten
- organisatie van sportposten
Opendeurdag
Leerlingen kunnen een actieve rol opnemen bij het voorstellen van hun school aan bezoekers.
Mogelijke onderwerpen:
- rondleidingen
- demonstraties
- onthaal van bezoekers
- presentaties van klasprojecten
- promotie van de school
Afstudeerproject
Leerlingen kunnen actief betrokken worden bij de voorbereiding van een afstudeerproject voor het laatste leerjaar.
Mogelijke onderwerpen:
- thema van het project
- activiteiten en opdrachten
- toonmoment of presentatie
- herinneringsactiviteiten
- organisatie van het slotmoment
Mogelijke valkuilen
Valkuil 1: Leerlingen worden pas betrokken wanneer alles al beslist is
Wanneer leerlingen enkel nog mogen kiezen tussen vooraf vastgelegde opties, is er weinig sprake van echte participatie.
Tip: Betrek leerlingen zo vroeg mogelijk in het proces.
Valkuil 2: Enkel enkele leerlingen krijgen inspraak
Wanneer slechts een kleine groep leerlingen betrokken wordt, gaat het brede participatieve karakter verloren.
Tip: Zoek manieren om ideeën te verzamelen in alle klassen.
Valkuil 3: Ideeën verdwijnen onderweg
Leerlingen verliezen motivatie wanneer zij niet weten wat er met hun voorstellen gebeurt.
Tip: Communiceer regelmatig welke ideeën weerhouden werden en waarom.
Valkuil 4: Participatie wordt een extra taak
Participatie hoeft geen bijkomend project te zijn. Vaak kan ze geïntegreerd worden in bestaande klas- en schoolactiviteiten.
Tip: Werk met kleine, haalbare inspraakmomenten verspreid doorheen het proces.
Schoolactiviteiten samen vormgeven betekent niet dat iedere leerling over elk onderdeel beslist. Het betekent wel dat scholen bewust zoeken naar manieren om zoveel mogelijk leerlingen te betrekken bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van activiteiten die de schoolgemeenschap aanbelangen.
Wanneer leerlingen ervaren dat hun ideeën zichtbaar worden in de praktijk, groeit niet alleen hun betrokkenheid bij de activiteit, maar ook hun verbondenheid met de school als geheel.
Bronnen en referenties
- Fredricks, J. A., Blumenfeld, P. C., & Paris, A. H. (2004). School Engagement: Potential of the Concept, State of the Evidence. Review Of Educational Research, 74(1), 59–109. https://doi.org/10.3102/00346543074001059
- Hart, R. A., & UNICEF. International Child Development Centre. (1992). Children’s Participation: From Tokenism to Citizenship. Italy: UNICEF International Child Development Centre.
- Lundy, L. (2007). ‘Voice’ is not enough: conceptualising Article 12 of the United Nations Convention on the Rights of the Child. British Educational Research Journal, 33(6), 927–942. https://doi.org/10.1080/01411920701657033
- Shier, H. (2001). Pathways to participation: openings, opportunities and obligations. Children & Society, 15(2), 107–117. https://doi.org/10.1002/chi.617